Nieuwe wet moet onderwijs aan nieuwkomers structureel versterken
Kinderen en jongeren die als nieuwkomer naar Nederland komen, moeten sneller toegang krijgen tot passend onderwijs. Ook moeten zij beter worden ondersteund bij hun taalontwikkeling en schoolloopbaan. Dat schrijft staatssecretaris Judith Tielen in een Kamerbrief met de contouren van nieuwe wetgeving voor het onderwijs aan nieuwkomers, die zij donderdag 15 oktober naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
De nieuwe wet moet duidelijker maken welke verantwoordelijkheden scholen, gemeenten en andere betrokken partijen hebben. Ook moet de wet bijdragen aan beter onderwijs en een soepelere doorstroom naar het reguliere onderwijs. Het uitgangspunt is dat nieuwkomers zo snel mogelijk samen met Nederlandstalige leeftijdsgenoten naar school gaan, met passende ondersteuning bij het leren van de Nederlandse taal. Een belangrijk aandachtspunt in de brief is het toenemende schoolverzuim onder nieuwkomers. Het kabinet wil daarom de regionale samenwerking versterken, beter zicht houden op leerlingen en zorgen voor een betere aansluiting tussen betrokken organisaties. Ook werkt het aan een structurele plek voor nieuwkomersvoorzieningen binnen het onderwijsstelsel.
Ingrado heeft meegedacht over het wetsvoorstel en daarbij de praktijkervaring van leerplicht- en Doorstroompuntprofessionals ingebracht. Voor onze leden is het belangrijk dat nieuwkomers in beeld zijn én blijven, ongeacht waar zij verblijven. Zo kunnen zij tijdig toegang krijgen tot onderwijs en ondersteuning. Tegelijkertijd maken veel professionals zich zorgen over het hoge verzuim onder deze groep. De nieuwe wet moet daarom bijdragen aan tijdige signalering, goede samenwerking en een sluitende aanpak om schooluitval te voorkomen.
Commissiedebat over stichting, sturing en toezicht in het funderend onderwijs
Op 14 oktober vond het commissiedebat over stichting, sturing en toezicht in het funderend onderwijs plaats. Eerder was de verwachting dat ook de toekomst van vrijstelling 5 onder b en thuisonderwijs aan bod zou komen. Na de rondetafelbijeenkomst van 7 oktober werd echter duidelijk dat hierover een apart debat volgt, nadat staatssecretaris Tielen haar toegezegde Kamerbrief heeft gestuurd. Het debat van 14 oktober ging daarom vooral over de vraag hoe de overheid en onderwijsbesturen grip houden op de kwaliteit en inrichting van het primair en voortgezet onderwijs.
In aanloop naar en tijdens het debat stond ook de vraag centraal hoeveel sturing de overheid moet willen geven. Grote onderwijsorganisaties, waaronder de PO-Raad, VOS/ABB en Verus, waarschuwden vooraf voor te veel centrale regie en een te grote administratieve verantwoordingslast. Zij pleitten voor een duidelijke koers voor de lange termijn, het borgen van kansengelijkheid, stabiele financiering in plaats van incidentele middelen en meer ruimte voor professionals in de klas.
Kamerlid Stoffer (SGP) vroeg aandacht voor de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van ouders en kinderen. Hij verwees daarbij naar de rondetafelbijeenkomst van 7 oktober en de uitspraak van de Hoge Raad. Omdat hierover nog een apart debat volgt, wil hij dat ouders in de tussentijd duidelijkheid krijgen. Hij wil voorkomen dat gezinnen door de nieuwe richtlijn onterecht worden geconfronteerd met de dreiging van een proces-verbaal of vervolging. Ook vroeg hij of de staatssecretaris kan bevestigen dat een beroep op de wettelijke vrijstelling op zichzelf geen aanleiding is voor professionals om een melding te doen bij Veilig Thuis.
Staatssecretaris Tielen zei dat zij in de uitspraak van de Hoge Raad naar eigen zeggen ‘echt wel meer duidelijkheid’ ziet en dat die daarmee enige rechtszekerheid biedt. De relatie met Veilig Thuis herkende zij niet helemaal. Soms spelen beide zaken volgens haar wel tegelijk, maar dan zijn er ook andere signalen. Verder benadrukte Tielen dat zij niet over het Openbaar Ministerie (OM) gaat en daarom niet namens het OM kan spreken over de uitspraken die daar tijdens de rondetafelbijeenkomst zijn gedaan. Zelf richt zij zich op goed onderwijs voor ieder kind. Voordat zij uitspraken doet over vrijstelling 5 onder b en thuisonderwijs, wil zij zorgvuldig vastleggen wat dit betekent. Zij heeft toegezegd de Kamerbrief over thuisonderwijs en de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad kort na het herfstreces naar de Tweede Kamer te sturen. Ingrado reageert hierop zodra de brief er is. Houd daarvoor onze website in de gaten.
Rondetafelbijeenkomst op 7 oktober
Op 7 oktober sprak de vaste Kamercommissie voor Onderwijs met Ingrado en andere betrokken partijen over de toekomst van leerplicht en thuisonderwijs. In haar bijdrage van drie minuten pleitte Ingrado-bestuurder Corien van Starkenburg ervoor om bij de besluitvorming over vrijstelling 5 onder b en thuisonderwijs het recht op onderwijs en ontwikkeling van kinderen centraal te stellen. Haar oproep: maak het afschaffen van deze vrijstellingsgrond de eerste prioriteit. Je kunt hieronder zowel het deel van de rondetafel met de bijdrage van Ingrado (direct hieronder) bekijken als de volledige rondetafelbijeenkomst (helemaal onderaan).
Ook de afgelopen anderhalve week gebeurde er in Den Haag weer het nodige op dossiers die belangrijk zijn voor onze leden. We zetten de belangrijkste ontwikkelingen op een rij.